Meer over Uitwaaien.be

vrijdag 22 maart 2019

Drieteenstrandlopers in Schouwen-Duiveland

Drieteenstrandlopers (Calidris alba)  komen in onze contreien voor in de winter. Broeden doen ze in Siberië en  in Groenland, maar het is niet geweten waar 's winters de Groenlandse broedvogels zitten en waar de Siberische: het trekgedrag van deze strandloper is nog onvoldoende bestudeerd.

Drieteentjes zijn meestal actief in de branding, waar ze constant met bliksemsnelle pootjes voor de golven uithollen, op zoek naar voedsel.

Ze zijn een uitdaging voor de natuurfotograaf, want stilstaan doen ze zelden…
Onderstaande foto’s werden 2 weken geleden gemaakt in Schouwen-Duiveland.





maandag 28 januari 2019

Het Schipdonkkanaal in Zomergem

Aan landschapsfotografie heb ik nooit veel aandacht besteed, hoewel dit, mits goed uitgevoerd,  één van de meest sprekende vormen van natuurfotografie kan zijn. Deze foto maakte ik toen ik merkte dat de zon vanachter de wolken kwam piepen om 9u ’s ochtends. Het verschil tussen een goede en een minder goede foto was hier een kwestie van minuten: eerst is de zon amper waarneembaar door wolken en mist, en voor men het beseft is ze te prominent aanwezig.

De foto werd gemaakt vanop Meirlare brug in Zomergem, en toont het Schipdonkkanaal, ook wel “De Stinker” genoemd, dit in tegenstelling tot “De Blinker”, de bijnaam van het Leopoldkanaal.  Het Schipdonkkanaal  werd in 1852 gegraven als afleidingskanaal voor het overtollige water van de Leie, dat initieel zeer vervuild was door industrie en vlasroterij. Recent is deze toestand verbeterd : de "Stinker" stinkt niet meer en met de natuur in en naast het water gaat het beter.


dinsdag 13 november 2018

Wespen- of Tijgerspin in het Maldegemveld

De Wespenspin of Tijgerspin  (Argiope bruennichi) behoort tot de familie van de wielwebspinnen, en is afkomstig uit Zuid-Europa. Deze spin wordt aangetroffen  in graslanden en heidevelden.
Een paar weken na de paring maakt het vrouwtje een soort cocon (zijde-achtige balletjes) waarin soms tot 400 eieren zitten. De foto toont het vrouwtje en de afgewerkte cocon.
De tijgerspin werd in de jaren tachtig voor het eerst in onze streken aangetroffen. Pas de laatste jaren is de soort echt aan een stevige opmars bezig.




zondag 28 oktober 2018

Icarusblauwtje in het Maldegemveld

Dit Icarusblauwtje (Polyommatus icarus) werd een paar weken geleden gefotografeerd in het Maldegemveld, op een ingezaaide bloemenweide. Wellicht één van de laatste dagvlinders van dit jaar. 2018 was een rampjaar voor vlinders, waarschijnlijk (mede) te wijten aan de ongeziene droogte. Neemt niet weg dat ik dit -ahum- één van de mooiste macrofoto's vind die ooit maakte...





























vrijdag 5 oktober 2018

Chinese Muntjak in Merendree

De Chinese Muntjak (Muntiacus reevesi) komt, hoewel nog steeds zeer zeldzaam in onze regio, meer en meer in de vrije natuur voor, nadat ze zijn ontsnapt uit privé-collecties of door jagers zijn uitgezet om ze dan neer te schieten, dat laatste onder het slaken van de kreet 'hoera hoera weer een levend wezen vermoord'. Deze muntjak werd aangereden. Ik voerde hem, na melding door de politie, naar het VOC in Merelbeke. Pootje gebroken en wat schaafwonden, maar onze vriend kan verderleven, weliswaar in gevangenschap bij een liefhebber. De beste optie voor dit exemplaar, want muntjaks worden selectief bejaagd om verspreiding tegen te gaan. Maar toch ook, zoals gezegd, uitgezet, speciaal om te kunnen worden bejaagd. Tja...



maandag 17 september 2018

Goudplevier in Ameland en Nieuwvliet

De Goudplevier  (Pluvialis apricaria) ziet men vaak op graslanden en weiden, in België en Nederland  vooral van september tot april, zowel aan de kust als in het binnenland, en dit vaak in groepen van honderden exemplaren, vaak samen met Kieviten (Vanellus vanellus).

Goudplevieren broeden niet meer in België en Nederland: het laatste broedgeval dateert uit 1974, het voorlaatste uit 1937.

Het zijn schitterend gekleurde vogels: de gouden gloed als een zwerm goudplevieren opvliegt is wonderlijk mooi. De onderste foto toont een grote groep goudplevieren op Ameland. Slecht zelden kunnen goudplevieren dicht worden benaderd, dus groot was mijn verbazing toen we eergisteren 2 exemplaren aantroffen op het strand van Nieuwvliet, aan de Verdronken Zwarte Polder. Met enige handigheid kon ik naderen tot op een 5-tal meter. Wellicht gaat het hier om 2 jonge dieren, hetgeen af te leiden is uit het verenkleed, dat de overgang toont van juveniel naar 1ste winter.

  

dinsdag 7 augustus 2018

Witwangstern in De Brenne

De Witwangstern (Chlidonias hybrida) is de enige stern die in De Brenne voorkomt. In andere streken is deze stern zeldzaam, maar door de aanwezigheid van de vele meren is hij in de Brenne bijzonder goed ingeburgerd. Het is een donkere stern, die enkel zou kunnen worden verward met Witvleugelstern (Chlidonias leucopterus), Zwarte stern (Chlidonias niger) en desgevallend Visdief (Sterna hirundo). De Witwangstern maakt zijn nest op de bladeren van Waterlelie, hetgeen meteen de reden is waarom men in De Brenne waterlelies aanplant op verschillende meren. Deze aanplant wordt de eerste 2 jaren beschermd door een afsluiting, om vraat door de Beverrat (Myocastor coypus) tegen te gaan. Daarna zijn de lelies voldoende uitgebreid, en mag er links en rechts al eens wat worden weggeknaagd.





maandag 18 juni 2018

Plakker in Zomergem

Dit is de rups van de Plakker (Lymantria dispar), die behoort tot de familie van de Spinneruilen. Het is een nachtvlinder die zowel dag- als nachtactief is. De rups komt voor op loofbomen, en verpopt onder de schors, tussen de bladeren of in de strooisellaag. Deze foto werd gemaakt onder een stuk loshangende schors van een appelboom in onze boomgaard. Soms laat de jonge rups zich door middel van spindraden met de wind meevoeren en kan zich zo kilometers verspreiden. Af en toe kan de plakker een plaag vormen, met aanzienlijke schade aan loofbomen tot gevolg.


vrijdag 13 april 2018

Groene zandloopkever in het Maldegemveld

De Groene zandloopkever (Cicindela campestris) komt vaak voor op zand- en heidegronden. Het is een loopkever die, wanneer hij wordt opgeschrikt, telkens een stukje verder vliegt. De larven zitten in verticale schachten in de grond (makkelijk te zien op paadjes), en jagen van daar uit op passerende insekten.


zaterdag 3 maart 2018

Boomklever in De Klinge

De boomklever (Sitta europaea) is de enige inheemse vogel die zowel naar boven als naar beneden (met de kop naar omlaag) kan klimmen. De staart wordt daarbij, anders dan bij spechten en boomkruipers, niet als steun gebruikt.

Boomklevers zijn vogels van bossen, parken en tuinen met veel loofhout, en broeden in boomholtes, waarvan de ingang doorgaans wordt dichtgemetseld met modder, dit om te verhinderen dat  grotere soorten (spreeuwen, spechten) het hol zouden binnendringen.

De boomklever is een standvogel, die meestal in paren wordt waargenomen.


dinsdag 16 januari 2018

Wulp en regenwulp in Nieuwpoort

De Wulp (Numenius arquata) is de grootste steltlopersoort van onze contreien en heeft ook de langste snavel. Bij ons komt de wulp het jaar rond voor. Hij laat zich vaak opmerken door een vérdragend "koer-líe...".
De Regenwulp (Numenius phaeopus) is de kleinere en noordelijkere tegenhanger van de wulp. Hij broedt niet in ons land, maar is een doortrekker in voorjaar (meer binnenland) en najaar (meer aan de kust). Regenwulpen hoor je vaak eerder dan dat je ze ziet, het geluid is een karakteristieke triller: “bibibibibibi”.
De regenwulp (bovenste foto) is kleiner en donkerder dan de wulp (onderste foto), en heeft een kortere snavel, een opvallend  getekende kop met een smalle lichte kruinstreep, donkere zijkruinstrepen, een lichte wenkbrauwstreep, donkere oogstreep en een opvallende oogring.
Het exemplaar op de foto werd eind december gefotografeerd in Nieuwpoort: het betreft dus één van de zeldzame winterwaarnemingen van de regenwulp.



maandag 8 januari 2018

Woestijntapuit in De Panne

Deze Woestijntapuit (Oenanthe deserti) zit al sedert begin november in De Panne. Vorige week brachten we hem een bezoekje…
De woestijntapuit  broedt in het Kaspische-Zeegebied en verder oostelijk, tot in Mongolië. Het is een langeafstandstrekker, die overwintert in oostelijk Afrika, het Midden-Oosten en verder oostelijk tot India.
In Europa is het een, hoewel vrijwel jaarlijks waargenomen, zeer zeldzame dwaalgast, die vooral (vaak laat) in de herfst in Europa opduikt, en dan meestal in de nabijheid van de kust. Zoals dit exemplaar dus, dat zich overigens uitgebreid liet bewonderen en makkelijk liet benaderen.




dinsdag 7 november 2017

Velduil in Lovendegem

De Velduil (Asio flammeus) jaagt overdag, en wordt bij ons vooral in de herfst en de winter waargenomen. De laatste tientallen jaren is de soort flink in aantal achteruit gegaan. In onze streken broedt de velduil nog op de Waddeneilanden. Het exemplaar op de foto werd een week geleden gevonden in Lovendegem. Hoogstwaarschijnlijk heeft de uil zichzelf losgerukt uit een prikkeldraad, en daarbij zijn vleugel wellicht onherstelbaar beschadigd. Het dier werd afgevoerd naar het vogelopvangcentrum in Merelbeke. Als de vleugel niet geneest wordt deze uil  ofwel geëuthanaseerd, ofwel ingezet als educatieve vogel, bijvoorbeeld in het vogelopvangcentrum zelf.





maandag 23 oktober 2017

Distelvink in Zomergem

De Putter of Distelvink (Carduelis carduelis) is een zaadeter, die voorkomt in boomgaarden, parken en tuinen, groene woonwijken, kleinschalig landbouwgebied met veel heggen, hagen en houtkanten, maar ook in ecologisch beheerde wegbermen en braakliggende terreinen met een ruige vegetatie. Uitgebloeide planten en bloemen niet verwijderen is, in tuinen, de boodschap! Zacht gekwetter en vrolijk fladderen is dan de beloning. De distelvink kreeg  zijn rode gezicht doordat een druppel bloed op zijn kop viel toen hij een doorn uit Jezus' voorhoofd trok om hem van zijn pijn te verlichten. De naam ‘putter’ heeft hij te danken aan het feit dat de vogel kan leren om met een vingerhoed of miniatuuremmertje en een koordje water uit een drinkbakje te putten. Foto gemaakt in de tuin, waar nu al enkele weken een zestal distelvinken verblijft.


donderdag 28 september 2017

Vijfvlek-sint-jansvlinder in Zomergem en Sint-jansvlinder in Heist-aan-Zee

De in onze streken zeldzame Vijfvlek-sint-jansvlinder (Zygaena trifolii) behoort tot de familie van de bloeddrupjes. De vlinder heeft vijf rode vlekken, waarvan met name de middelste twee vaak met elkaar verbonden zijn. De bovenste 2 foto's werden dit jaar gemaakt in Drongengoed, waar er talrijke exemplaren vertoefden.

De vrij algemene Sint-jansvlinder (Zygaena filipendulae) is een bloeddrupje met zes rode vlekken op de voorvleugel: de rode vlek aan de vleugelbasis is gescheiden door een ader en telt voor twee. De onderste foto werd genomen in 2009, in Heist-aan-Zee.








































donderdag 14 september 2017

Roodpootschildwants in Zomergem

De Roodpootschildwants (Pentatoma rufipes) heeft karakteristieke brede en ver naar voren gelegen schouders die aan de voorrand afgerond zijn en aan de achterkant hoekig. De poten zijn opvallend oranjerood of roodbruin. Het connexivum (dwz het deel van het lichaam dat aan de zijkanten onder de vleugels uitkomt) is geblokt en het schildje heeft een duidelijk afstekende lichtgekleurde  geel- tot roodachtige punt. Deze wants is een algemeen voorkomende soort, die zich echter het liefst hoog in bomen en struiken ophoudt, en daarom weinig opvalt. De roodpootschildwants eet blaadjes en vruchtjes, maar jaagt ook op andere insekten. Ook in de winter is hij actief: hij jaagt dan op wintervlinders als  Gevlekte winteruil (Conistra rubiginea) en Grote wintervlinder (Erannis defoliaria).

























dinsdag 5 september 2017

Bruin blauwtje in Zomergem

Dit Bruin blauwtje (Aricia agestis) zag ik een paar dagen geleden voor het eerst in de tuin, wellicht omwille van het feit dat wilde planten op sommige plaatsen vrij spel hebben. Stijf ijzerhard (Verbena bonariensis), Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) en Rode klaver (Trifolium pratense) zijn waardplanten voor deze vlinder, en hebben hem -kortstondig- naar onze tuin gelokt. Het bruin blauwtje is een lokale soort, die normaliter voorkomt op droge, zandige graslanden en rivier- en kustduinen. Komt ook voor langs de kust, en er zijn tijdelijke vestigingen in het binnenland.
Icarusblauwtje (Polyommatus icarus) is veel talrijker, maar er zijn een aantal verschillen: het bruin blauwtje heeft geen blauwe bestuiving, er zijn geen wortelvlekken, en de vlindergids somt nog een en ander op…




vrijdag 25 augustus 2017

Geelgors in Polen

De Geelgors (Emberiza citrinella) was vroeger een in Vlaanderen erg algemene verschijning langs kleine akkers met hagen en houtkanten. Door de verarming van het landschap en intensiever bodemgebruik is deze prachtige vogel in Vlaanderen quasi volledig verdwenen. Deze foto’s werden in Polen gemaakt – maar het dient gezegd dat men om de geelgors te zien ook naar Wallonië kan, of naar Zuiderse landen met een beter landschapsbeheer.



maandag 31 juli 2017

Honingbij in Zomergem

De Honingbij (Apis mellifera) komt de laatste jaren vaak in het nieuws: het gaat slecht met deze bij, en dat is dramatisch voor de bij zelf, en, om wille van het nut van de bestuiving, ook voor de mens: zonder bijen geen fruit, geen groenten – niks meer.  Daarnaast is de honingbij de belangrijkste leverancier van verschillende natuurproducten zoals honing, bijenwas, koninginnengelei en propolis. De honingbij wordt door mensen op grote schaal in kunstmatige bijenkorven gehouden, maar de mens draagt, onder meer via het gebruik van insecticiden, een verpletterende verantwoordelijkheid voor de problemen van de bij.
Naast insecticiden dient de bij bovendien eveneens af te rekenen met verschillende parasiterende organismen als  bacteriën, kleine mijten en andere insecten. Een aantal parasieten kan, onder de juiste omstandigheden, een nest binnen korte tijd volledig vernietigen.
Rupsen van Grote wasmot (Galleria mellonella) en Kleine wasmot (Achroia grisella) leven van de in de bijenraat opgeslagen voorraden honing en stuifmeel, maar eten ook de larven van de bijen.
De bijenluis (Braula coeca) is een vleugelloze vlieg die in de nesten leeft.
Keversoorten uit het geslacht Aethina, waartoe onder andere de Kleine kastkever (Aethina tumida) behoort zijn in Nederland reeds een ernstige bedreiging voor de imkerij.
De Varroamijt (Varroa destructor) zuigt bloedvloeistof bij de volwassen bijen. De mijt zet haar eitjes af in de cellen bij de opgroeiende larven. De jonge mijt leeft ten koste van de bijenlarve: de bij komt vaak misvormd ter wereld.
Andere  parasieten van de honingbij zijn mijten uit het geslacht Acarapis, zoals Acarapis woodii, en verschillende eencelligen zoals de amoebe Maphighamoebe mellifica. 
De larven van honingbij kunnen worden aangetast door vuilbroed, dit is een verzamelnaam voor verschillende bacteriën zoals Melissococcus pluton en Paenibacillus larvae.
Parasieten uit het geslacht Nosema behoren tot de Microsporidia en vestigen zich in het spijsverteringsstelsel.
Er zijn ook mysterieuze aandoeningen, waar nog niet veel duidelijkheid over is. Zo komt het steeds vaker voor dat bijen door nog onbekende oorzaken massaal dood worden aangetroffen in het nest. Daarnaast sterft een groeiend percentage van de volken tijdens de winterperiode, onduidelijk is waarom. Soms vertrekken complete volken uit het nest: men weet niet wat de oorzaak is of waar de bijen naartoe vliegen. Deze bijen worden namelijk niet dood gevonden maar verdwijnen naar een onbekende bestemming. Mogelijke oorzaken worden gezocht in de klimaatverandering, pesticiden, bepaalde ziekten of een tekort aan wilde bloemen.

woensdag 26 juli 2017

Rietzanger in Marquenterre

De Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus) is een in onze streken vrij algemene broedvogel. Hij komt voor in rietvelden, heeft een typische zang, en laat zich opmerken door zangvluchten, waarna hij steeds weer op dezelfde plek neerstrijkt. Door de opvallende wenkbrauwstreep kan hij moeilijk worden verward met andere (riet-)zangvogels. Deze foto’s werden gemaakt in de Baai van de Somme, in Marquenterre, waar de rietzanger talrijk voorkomt. De rietzanger is een trekvogel, die bij ons grosso modo voorkomt van april tot begin september.